“In 2075 gaan de studenten zelf zo’n beetje met pensioen. We vroegen ze: hoe ziet de stad waarin je dan leeft eruit? Welke oplossingen zijn er voor hittestress, extreem weer of drinkwater? Ze krijgen gastcolleges over onder meer duurzame energie, afval en voedselvoorziening. Dat werken ze uit in een eigen plan met schetsen, plattegronden en visualisaties. Daarmee zeggen ze eigenlijk: dit is hoe wij de stad van de toekomst zien.”
“Een heel plan is niet waarschijnlijk. Maar in eerdere edities zijn er zeker wel ideeën opgepikt. Een groepje bedacht toen squares: flexibele blokken van een aantal vierkante meters, verdeeld over een grote woonwijk. Die squares konden elke vijf jaar opnieuw worden ingericht, samen met de bewoners. Zo blijft een gebied aansluiten op de behoeftes van mensen die er wonen. Doodsimpel, maar zó goed doordacht. Of er dit jaar weer zo’n fantastisch idee bij zit, gaan we op 5 november zien.”
“Ik vind het geweldig hoe studenten uit de hele wereld multidisciplinair samenwerken. De één wordt opgeleid tot architect, de ander tot bouwkundige. Ze vliegen het samen aan en je ziet nieuwe ideeën ontstaan. Soms is dat ook lastig. Jij wilt vanuit jouw vak misschien links, de ander vanuit zijn of haar achtergrond juist rechts. Hoe vind je dan de gulden middenweg? Later in het werkveld krijgen ze daar ook mee te maken. Daarom vind ik deze minor zo waardevol.”
“Natuurlijk is taal een mooie uitdaging, maar het internationale karakter brengt ook nieuwe inzichten met zich mee. Kijk, Europese stedenbouw lijkt nog enigszins op elkaar. Maar neem Seoul, een stad van bijna 10 miljoen inwoners. Onze groep Zuid-Koreaanse studenten kijkt heel anders naar stadsontwikkeling.”
“Dat duurzame energie enorm tot hun verbeelding spreekt. In hun plannen moet het gebied zelfvoorzienend zijn én overproduceren, zodat oudere wijken eromheen meeprofiteren. Dan zie je ze aangaan. Verder willen álle groepjes de auto de wijk uit. Ze kiezen voor deelmobiliteit. ‘De jeugd van tegenwoordig’ vindt het doodnormaal om minder te bezitten. Je leent of huurt. En heb je het niet nodig, prima, dan kan een ander het gebruiken. Een auto op je eigen oprit hoeft niet. Dat is wel anders dan ik zelf nog gewend ben. Om mij heen is één auto op de oprit het minimum, twee is gebruikelijk. Een goede ontwikkeling, denk ik.”
“Fijn met elkaar samenleven: gezamenlijk groen, elkaar ontmoeten op straat of in de horeca. Zeker nu de huizenprijzen door het plafond gaan, is het idee: je woont betaalbaar en meestal compact. En de ruimte zoek je in het gezamenlijke domein. Zulke ontwikkelingen zijn er wel, maar nog niet op grote schaal. Tijdens een excursie naar Antwerpen bezochten we dan ook projecten met gedeelde ruimtes binnen en buiten. In de plannen van de studenten zie je dat principe overal terug. Zo ziet de toekomst er volgens de jeugd uit."
“Een inkijkje in hoe jongeren de toekomst zien. Want of het nu je toekomstige collega is of je toekomstige klant: dit is de generatie waar we mee te maken krijgen. Dan is het razend interessant om te weten hoe zij denken!”